Kort of lang. Vlot of zakelijk. Online of op papier.
Ik schrijf een goed verhaal voor je.

WeesperNieuws column Nora

Ik woon in Weesp en ik werk in Weesp. Dat betekent: op de fiets naar m’n werk. Daar doe ik net geen 2 minuten over. Ik moet precies 2 steegjes door en doe langer over het op slot zetten van m’n fiets dan over het fietsen zelf. Heerlijk.

 

De karakteristieke steegjes in het centrum van Weesp zijn knus en smal, niet geschikt om doorheen te fietsen. Daarom geldt in bijna alle steegjes: alleen voor voetgangers… Maar als je haast heb (ik ben van de ‘druk druk druk’-generatie) en eigenwijs bent (‘ik-weet-het-toch-beter’) dan is wandelen door een lege steeg met je fiets aan de hand een onlogische keuze. Dus ik moet eerlijk opbiechten: ik fiets vaak door de steegjes in het centrum, ook al weet ik dat het niet mag…

 

Mijn oneigenlijke gebruik van de steegjes is tot nu toe altijd goed gegaan. Eén keer is het voorgekomen dat ik met een soort acrobatensprong van m’n fiets af moest springen om een rollator te ontwijken. De mevrouw die bij de rollator hoorde riep nog heel kwaad: ‘Je mag hier niet fietsen!’ Natuurlijk wist ik dat ze gelijk had, maar ik wilde haar eigenlijk vertellen dat er bijna nooit iemand in de steeg loopt en dat het dan zonde van je tijd is om te gaan lopen, als je ook kan fietsen. Maar ja, ik had haast, dus ik verontschuldigde me voor m’n fietsgedrag en liep met m’n fiets aan de hand de steeg uit. Om vervolgens weer onverstoorbaar op m’n fiets te stappen en zo de volgende steeg in te fietsen. Ik zei toch: eigenwijs.

 

Gisteren was ik een keer niet op de fiets. Ik wandelde, met een grote boodschappentas in m’n hand, door de Sleutelsteeg. Vlak voordat ik uit de Sleutelsteeg de Nieuwstraat op wilde lopen, kwam er een jongen op een fiets de steeg in racen. Op wonderbaarlijke wijze kon hij me nog net ontwijken. Hij fietste verder, terwijl hij ‘sorry’ mompelde.

En toen, voor ik er erg in had, riep ik hem achterna: ‘Je mag hier niet fietsen!’

 

Deze column is gepubliceerd in het WeesperNieuws op 12-4-2017

 

WeesperNieuws column Nora

Niet omdat het moet, maar omdat het mag!

Ik heb het over stemmen, want natuurlijk ga ik stemmen! Jij ook neem ik aan.

Toen ik net achttien was viel ik met m’n neus in de boter: Tweede Kamerverkiezingen! Mooier kan het niet, dacht ik als achttienjarige. Nu zal ik dit land eens laten weten waar ik voor sta!! Maar, zodra ik de stemlijst bekeek, besefte ik dat ik geen idee had op welke partij, laat staan op welke politicus ik zou moeten stemmen. Ik was een zwevende kiezer. En dat ben ik nog steeds.

Vorige week besloot ik externe hulp in te schakelen, om wat aan mijn besluiteloosheid te doen. Ik had gelezen over de Verkiezingswinkel in de Slijkstraat: perfect!! Daar zou ik mijn antwoorden vinden!

Toen ik de Verkiezingswinkel binnenstapte, werd ik door 4 paar ogen hoopvol aangestaard. Ik zei: ‘Hoi, ik ben Nora en ik ben een zwevende kiezer.’ Dit was het startsein voor de aanwezige enthousiastelingen om mij warm te verwelkomen, m’n jas aan te nemen en me koffie en koekjes aan te bieden.

Iedereen ging voor me in de weer! De lieve dame van GroenLinks pakte haar iPad erbij om iets voor me op de zoeken, de jonge, maar gedreven vrouw van de VVD stelde me inhoudelijke vragen over mijn politieke voorkeuren en de rustige man van de VVD zocht folders voor me. Ook aanwezig: een zeer bevlogen PVV-er. Hij kwam met het idee om mij een ‘filosofische stemwijzer’ te laten doen. Ach, waarom niet? Ik had al wel wat stemwijzers gedaan, maar de ’filosofische’ variant kende ik nog niet.

Terwijl er op de achtergrond politiek werd gediscussieerd in de Verkiezingswinkel, verdiepte ik me in de ietwat vage en zweverige stellingen van deze diepzinnige stemwijzer. Na vijf minuten keuzes maken drukte ik op ‘resultaat’. En tot mijn grote verbazing kreeg ik stemadvies van Boeddha himself…. Geen grap. Mijn filosofische voorkeuren komen volgens Boeddha het meest overeen met die van de Partij van de Dieren.
Ok. Totale verwarring. Want de PvdD stond nog niet op mijn twijfel-lijstje. Maar ja, als Boeddha het zegt…. Die kan ik moeilijk tegenspreken.

En zo werd ik van ‘zwevende kiezer’ een ‘zweverige kiezer’…..

Deze column is gepubliceerd in het Weespernieuws op 15-3-2017

WeesperNieuws column Nora

Weet je wat ik echt fijn vind? Boodschappen doen. Maar dan vooral bij mijn lievelings-Albert Heijn aan de Achtergracht. Vrijwel elke dag ga ik na m’n werk, zo rond een uur of zes, even langs de ‘Appie’. En deze frequente supermarkt-bezoekjes hebben twee redenen:
1: omdat ik het vreselijk vind om vooruit te moeten denken wat we de hele week eten, ik bepaal liever per dag waar ik zin in heb.
2: omdat de AH een sociale ontmoetingsplek is, waar ik ALTIJD bekenden tegenkom. Een goede manier om even ‘om te schakelen’ van werkmodus naar vrijetijdsmodus. En mijn dagelijkse portie praten-over-niks, heerlijk!

Het begint meestal al direct nadat ik de klaphekjes door ben (voor de kenners: dan sta je bij de groente- en fruitafdeling). Daar hoor ik de eerste ‘hoiiiii’ (sommige mensen kunnen ‘hoi’ uitspreken alsof het twee lettergrepen heeft). Het blijkt een vage bekende te zijn, dus ik hoef niet te blijven staan voor een praatje.

Ik loop door naar het ‘pasta-schap’, daar kom ik m’n buurvrouw tegen. Toevallig! Of ik ook pasta ga eten. En of ik wat verse basilicum uit haar moestuin wil, voor de saus. Kijk, zo knus is Weesp.

Ik loop door naar de vleeswaren- en kaasjes afdeling (voor de kenners: daar liggen meestal blokjes kaas om te ‘proeven’, erg fijn als je hongerig uit je werk komt).
‘Hejj Nora!! Ik heb je column gelezen hoor!’ (denk het Amsterdamse accent er even bij) Ah, de taxichauffeur! Die kom ik ook overal tegen. Ik klets wat, hij kletst nog meer, maar dan zeg ik dat ik toch echt door moet.

Bij de zuivelafdeling begin ik om me heen te kijken. Want negen van de tien keer kom ik hier de frisse wind van het IVW tegen. In m’n hoofd noem ik hem ‘mijn Albert Heijn mattie’: het schept toch een band als je elkaar dagelijks tussen de kwark en de kroepoek treft.
Ik wil net naar de kassa slenteren, als ik hoor: ‘Ha Nora! Daar zijn we weer!’ Daar is ‘ie! M’n AH-kameraad! Nu kan ik met een voldaan gevoel gaan afrekenen.

Let op: elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen berust op puur toeval 🙂

 

Deze column is gepubliceerd in het WeesperNieuws op 15-2-2017

WeesperNieuws column Nora

 

Intens trots antwoordde ik zonder te aarzelen: ‘Ja natuurlijk!’, toen me werd gevraagd of ik maandelijks een column voor het WeesperNieuws zou willen schrijven. Want: supergaaf, een enorme eer en precies wat ik wil!

Pas later bekroop me toch een gevoel van lichte onzekerheid… Want ik heb wel wat ervaring met bloggen, maar het schrijven van een column is toch een klasse apart. Zou ik dat wel kunnen? En waar moet ik over schrijven dan? Wat nou als ik geen inspiratie heb? Zit ‘men’ wel te wachten op mijn columns? En zo zag ik nog 88 beren op de weg…

 

Zoals het een net meisje betaamt zal ik me eerst eens voorstellen: Ik ben Nora! Misschien ken je me als logopedist bij Logopedieprakijk Weesp, of van m’n blog Miles&More. Maar je kunt me ook wel eens door Weesp hebben zien rennen, dat doe ik namelijk ook graag. Het kan natuurlijk ook zijn dat je me nog niet kent: aangenaam dan!

 

Als voorbereiding op mijn column-debuut ben ik oudere edities van het WeesperNieuws gaan doorspitten. Natuurlijk om de columns van mijn columnist-collega’s (klinkt goed!!) en voorgangers eens goed te analyseren. Zo kwam ik er direct achter dat deze wekelijkse column nog helemaal niet zo lang bestaat: namelijk pas sinds 10 juni 2015! In mijn hoofd is deze rubriek er altijd als geweest. Okee, pffff, het pad is gelukkig nog niet zo geijkt als ik dacht.

Maar toen keek ik eens goed naar de andere Weesper columnisten. Oi, dat zijn niet de minsten… Ik, als blogger (of wat ben ik eigenlijk?), mag me voegen tussen Stephanie Prinssen (een tekstschrijver!!), dokter Burggraaff (een Weesper-autoriteit!!) en Stefan Stasse (een radio-personality!! Zet de radio aan en je hoort hem en zet de tv aan, dan hoor je hem weer.).

En toen zag ik in de een-na-laatste krant van 2016 ook nog de aankondiging van ‘mijn’ column staan… Mijn naam in een krantenkop. Je snapt: ik voel enige vorm van druk.

 

Maar hier is ‘ie dan: mijn eerste column, tadaaaa!! There’s no way back.

Had ik al gezegd dat ik stiknerveus ben? En trots 😉

 

Deze column is gepubliceerd in het WeesperNieuws op 18-1-2017